Differentieelschakelaar type B: wanneer type A niet meer volstaat



Differentieelschakelaar type B: wanneer type A niet meer volstaat

Zo gebruik je deze pagina. Klik één keer ergens in de tekst hieronder. Druk Ctrl en A om alles te selecteren, dan Ctrl en C om te kopiëren. Ga naar je bericht in WordPress, klik in de gewone visuele editor en druk Ctrl en V. WordPress maakt er dan vanzelf echte koppen, alinea’s en lijsten van. Dit gele vak mag mee gekopieerd worden, dat verwijder je daarna in WordPress met één klik.

In het vorige artikel schreef ik dat er in een moderne woning veel meer gelijkspanning zit dan mensen denken, en dat je zonnepanelen niet kan uitschakelen aan de bron. Dit artikel gaat over het gevolg daarvan in uw verdeelbord.

Want er is iets aan de hand met differentieelschakelaars dat bijna nooit uitgelegd wordt. Een gelijkstroomlek van een paar milliampère blijft niet gewoon onopgemerkt. Hij kan de schakelaar die daar hangt volledig blind maken, ook voor alles waar hij wel voor gebouwd was.

Dat is de reden waarom er types bestaan, en waarom er sinds enkele jaren strenger op gelet wordt.

Wat een differentieelschakelaar meet, en wat hij niet meet

In Nederland heet hij aardlekschakelaar, in België differentieelschakelaar. Hetzelfde toestel.

Hij vergelijkt de stroom die vertrekt met de stroom die terugkomt. Zijn die gelijk, dan gaat alle stroom braaf via de kring. Verschilt er iets, dan lekt er stroom ergens weg, mogelijk door een mens, en schakelt het toestel uit.

Dat vergelijken gebeurt met een kleine stroomtransformator. Alle geleiders van de kring lopen door een ringkern, en de schakelaar luistert naar de onbalans in die kern.

Hier zit het probleem. Een stroomtransformator meet verandering. Wisselstroom verandert vijftig keer per seconde en wordt dus netjes gezien. Een vlakke gelijkstroom verandert niet, en wordt dus niet gezien.

Erger nog: een gelijkstroomcomponent die door die kern loopt duwt het ijzer richting verzadiging. Zodra de kern verzadigd is, reageert de schakelaar ook niet meer behoorlijk op de wisselstroomfouten waarvoor hij wel gebouwd was.

Het resultaat is een toestel dat hangt, dat er goed uitziet, dat elke maand met de testknop getest wordt, en dat ondertussen buiten dienst is voor echte fouten. Die testknop controleert namelijk het uitschakelmechanisme en niet de meting.

Type AC, type A, type F en type B in één blik

Daarom zijn er types. Elk type ziet meer dan het vorige.

Type AC ziet enkel zuivere wisselstroom. Verder niets. Dit is het oude type.

Type A ziet daarbovenop pulserende gelijkstroom, dus het soort gelijkstroom dat uit een enkelvoudige gelijkrichter komt. Dat dekt de gewone elektronica in een woning: ledvoedingen, computervoedingen, dimmers, kleine schakelende voedingen.

Type F kan hetzelfde als type A, en is daarnaast gemaakt voor toestellen met een frequentieregeling. Denk aan een warmtepomp of een airco met toerenregeling, waar de foutstroom een mengelmoes van frequenties kan zijn. Type F verdraagt bovendien kortstondige stroompieken zonder ongewenst uit te vallen.

Type B ziet ook vlakke gelijkstroom. Dit is het enige type dat de gelijkstroom aankan die uit een omvormer of uit een laadstation kan komen.

De volgorde is dus AC, dan A, dan F, dan B. Elk type kan alles wat het vorige kan, plus meer. En elk type kost meer dan het vorige, wat verklaart waarom er in de praktijk zoveel te lichte types hangen.

Waarom een gelijkstroomlek de beveiliging blind maakt

Dit stuk wordt vaak overgeslagen, en het is nochtans het hele punt.

Stel dat er in uw installatie een klein vlak gelijkstroomlek zit van enkele milliampère. Dat is te weinig om iemand kwaad te doen. Een type A ziet het niet, en dat lijkt niet erg.

Maar die gelijkstroom loopt wel door de ringkern van uw differentieelschakelaar, en hij magnetiseert die kern in één richting. Vanaf een bepaald niveau raakt het ijzer verzadigd. Een verzadigde kern kan geen kleine wisselstroomonbalans meer doorgeven aan de meetspoel.

Uw schakelaar is dan nog altijd 30 milliampère, hij hangt er nog, en hij zal niet meer uitschakelen bij het soort fout waar hij voor besteld werd.

Daar zit het echte gevaar, en het is niet iets wat u kan zien. U kan het meten, en dat is precies wat een keurder met een deugdelijk toestel doet.

Wat het AREI eist in België sinds 1 juni 2023

Op 5 maart 2023 verscheen een koninklijk besluit dat het AREI op dit punt aanscherpt. Het werd op 28 maart 2023 gepubliceerd en is van kracht sinds 1 juni 2023.

De kern in twee regels:

Type A is het minimum. De tekst zegt letterlijk dat de differentieelstroominrichtingen die geplaatst worden in elektrische installaties van huishoudelijke ruimten ten minste van het type A moeten zijn. Een type AC voldoet daar dus niet aan en mag in een nieuwe huishoudelijke installatie niet meer geplaatst worden.

Veel meer kringen krijgen 30 milliampère. Onmiddellijk stroomafwaarts van de algemene differentieel moeten kringen van maximaal 30 milliampère minstens beschermen:

  • alle contactdozen, dus stopcontacten, behalve die welke uitsluitend een vast toestel voeden
  • alle verlichtingskringen
  • ruimten met een bad of een douche
  • wasmachine, droogkast en afwasmachine

Daarbij geldt dat één differentieel van 30 milliampère maximaal acht eindstroombanen mag beschermen.

Dat is een flinke uitbreiding. Vroeger volstond een algemene differentieel van 300 milliampère plus een enkele 30 milliampère voor de natte ruimten. Nu ligt vrijwel de hele woning achter 30 milliampère.

Belangrijk, en dit is waar mensen ongerust van worden zonder reden: dit geldt voor nieuwe installaties en voor belangrijke wijzigingen, niet met terugwerkende kracht. Uw bestaande bord wordt niet plots illegaal omdat de regel veranderd is. Wat er wel gebeurt, is dat een keurder de installatie beoordeelt volgens de voorschriften die golden toen ze geplaatst werd, en dat elke nieuwe kring wel aan de nieuwe regel moet voldoen.

Wat NEN 1010 eist in Nederland

In Nederland heet de norm NEN 1010 en heet het toestel een aardlekschakelaar.

De hoofdlijn is dezelfde. Eindgroepen in een woning horen achter een aardlekschakelaar van 30 milliampère, en het type moet passen bij wat er op de groep hangt. Voor gewone huishoudelijke elektronica is dat type A. Een aardlekschakelaar van het type AC voldoet niet meer voor nieuwe installaties.

Drie dingen die in Nederland anders liggen:

NEN 1010 werkt niet met terugwerkende kracht, maar er is wel een bodem. Een installatie wordt beoordeeld op het niveau dat gold bij aanleg, het rechtens verkregen niveau uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een meterkast uit 1985 is dus niet illegaal. Maar dat niveau mag na een verbouwing nooit zakken, en het mag ook nooit onder het niveau voor bestaande bouw komen. Er is dus wel degelijk een ondergrens, ook voor een oude installatie.

Uitbreiden trekt de bestaande installatie mee. Dit is het punt dat mensen missen. Een nieuw deel moet aan de norm van vandaag voldoen, en de bestaande installatie moet dat nieuwe deel ook kunnen dragen: de aarding, de beschermingsleiding en de toevoer moeten toereikend zijn, en de veiligheid van het bestaande deel mag er niet op achteruitgaan. Hangt u een laadpaal aan een meterkast zonder deugdelijke aarding, dan kan dat dus niet zonder eerst die aarding in orde te brengen. En vervangt u de groepenkast zelf, dan geldt voor dat werk de nieuwste editie van de norm, met alles wat daarbij hoort.

Er is geen algemene keuringsplicht bij verkoop van een woning. In België is een controle van de elektrische installatie bij verkoop wel aan de orde. Dat verschil verklaart waarom Belgische bewoners veel vaker met een keuringsverslag in de hand staan dan Nederlandse. Wie in Nederland een bestaande woning toch wil laten beoordelen, doet dat met NEN 8025, de norm die speciaal voor bestaande woningen geschreven is en die naast elektriciteit ook gas, water en ventilatie nakijkt.

Wilt u weten of de kabel die er al ligt een extra kring aankan? Reken het na met onze rekentool kabelberekening.

Wanneer u een differentieelschakelaar type B nodig hebt

Nu de praktische vraag. Type A dekt de gewone woning. Er zijn drie situaties waarin dat niet meer volstaat.

Een omvormer zonder galvanische scheiding. De meeste moderne omvormers voor zonnepanelen zijn transformatorloos. Faalt de isolatie aan de gelijkstroomkant, dan kan er vlakke gelijkstroom naar de wisselstroomkant lekken. Zegt de fabrikant in zijn handleiding dat er een differentieelschakelaar type B nodig is, dan is dat geen verkooppraatje maar een eis die voortkomt uit de bouw van het toestel. Zegt de fabrikant dat een type A volstaat omdat de omvormer zelf een gelijkstroomdetectie bevat, dan is dat ook geldig, en dan hoort dat gedocumenteerd te zijn.

Een laadstation voor een elektrische wagen. Zie de volgende paragraaf, want daar zit een nuance in.

Bepaalde installaties met een thuisbatterij of met grote frequentieregelaars. Hier geldt hetzelfde: het toestel bepaalt de eis, niet het bord.

De rode draad: de keuze van het type volgt uit het toestel, niet uit de kring. Iemand die zomaar overal type B hangt verspilt geld. Iemand die overal type A hangt en de handleiding niet leest, hangt soms een beveiliging die niet werkt.

De laadpaal: differentieelschakelaar type B of type A met zes milliampère detectie

Dit is het punt waar de meeste fouten gemaakt worden, en de regel is eenvoudiger dan hij lijkt.

Een laadstation moet beveiligd zijn tegen zowel gewone foutstromen als tegen vlakke gelijkstroom, want de lader in de wagen produceert die. Dat kan op twee manieren:

Ofwel een differentieelschakelaar type B in het bord. Duur, breed, en altijd goed.

Ofwel een type A in het bord, gecombineerd met een detectie van vlakke gelijkstroom van zes milliampère die in het laadstation zelf zit. Veel moderne laadpalen hebben die ingebouwd. Staat het in de handleiding en op het typeplaatje, dan is dat een geldige oplossing en hebt u geen type B nodig.

De fout die ik het vaakst zie: iemand koopt een laadpaal met ingebouwde detectie, en de installateur hangt er toch nog een type B voor omdat hij dat altijd zo doet. Dat is verspilling maar niet gevaarlijk. De omgekeerde fout is dat wel: een laadpaal zonder ingebouwde detectie achter een gewone type A, waarbij niemand de handleiding heeft opengeslagen.

Lees dus de handleiding van het laadstation, en bewaar ze.

Twijfelt u of uw aansluiting een laadpaal aankan? Ga eerst even door de rekentool laadpaal thuis voor u iemand laat komen.

Wat er in oude borden hangt, en wat dat betekent

Het woningbestand is ouder dan de regels. In borden van voor pakweg 2010 hangen nog volop differentieelschakelaars van het type AC, en in heel wat woningen is er maar één toestel van 30 milliampère, voor de badkamer.

Dat is op zich niet illegaal, want de regel werkt niet met terugwerkende kracht. Maar er is intussen wel iets veranderd in diezelfde woningen: er hangen ledlampen, er staat een inductiekookplaat, er ligt een dak vol panelen en er staat misschien een wagen aan een lader.

Met andere woorden: het bord is niet veranderd en de belasting erachter volledig wel. Precies de gelijkstroomcomponenten waar een type AC niets van ziet, zijn er sinds die tijd bijgekomen. Dat is waarom het verhaal over gelijkspanning in huis en het verhaal over uw verdeelbord hetzelfde verhaal zijn.

Wat ik in zo’n geval zeg is niet dat het bord dringend moet, maar dit: laat het meten. Een deugdelijke meting van de uitschakeltijd en de uitschakelstroom kost weinig en vertelt u of uw schakelaar nog doet wat er op staat. Een type AC die niet meer uitschakelt binnen zijn tijd is geen theoretisch probleem meer.

Wat ik in het bord controleer

Het type op de kast. Er staat een klein symbool op elke differentieelschakelaar dat het type aangeeft. Dat symbool en de werkelijke kringen erachter moeten bij elkaar passen.

De gevoeligheid en het aantal kringen erachter. Dertig milliampère waar het hoort, en niet meer eindstroombanen achter één toestel dan toegelaten.

De uitschakeltijd, gemeten. Niet met de testknop maar met een meettoestel, bij de nominale stroom en bij een veelvoud daarvan.

De selectiviteit. Slaat bij een fout in de badkamer de hele woning uit, dan klopt de opbouw niet.

De handleidingen van omvormer en laadpaal. Dit is het saaiste punt van de lijst en het bepaalt of de gekozen types juist zijn.

Het schema. Een eendraadschema en een situatieschema die overeenkomen met wat er echt hangt. Zonder schema is elke beoordeling half werk.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een differentieelschakelaar type A en type B? Een type A ziet wisselstroom en pulserende gelijkstroom. Een differentieelschakelaar type B ziet daarnaast ook vlakke gelijkstroom, het soort dat uit een omvormer of een laadstation kan komen. Voor een gewone woning volstaat type A. Voor toestellen die vlakke gelijkstroom kunnen produceren is type B nodig, tenzij het toestel die detectie zelf ingebouwd heeft.

Mag ik nog een type AC plaatsen? Nee. In België moeten differentieelstroominrichtingen in huishoudelijke installaties sinds 1 juni 2023 ten minste van het type A zijn. In Nederland voldoet een type AC evenmin voor een nieuwe installatie. Een type AC dat al hangt in een oudere installatie is daarom nog niet illegaal, maar het is wel het eerste wat ik zou laten meten.

Welke differentieel heb ik nodig voor een laadpaal? Ofwel een differentieelschakelaar type B, ofwel een type A samen met een detectie van vlakke gelijkstroom van zes milliampère die in de laadpaal zelf zit. De handleiding van het laadstation zegt welke van de twee. Ga niet op gewoonte af.

Moet ik mijn oude bord nu vervangen? Niet omdat de regel veranderd is, want die werkt niet met terugwerkende kracht. Wel als de meting uitwijst dat uw toestel niet meer uitschakelt zoals het hoort, of als u uitbreidt met zonnepanelen, een warmtepomp of een laadpaal. Bij zo’n uitbreiding moet dat nieuwe deel wel aan de regels van vandaag voldoen, en in de praktijk is dat vaak het moment waarop een vervanging zichzelf terugbetaalt.


Geschreven door een industrieel ingenieur die vijftien jaar elektrische installaties keurde en zeven jaar gasinstallaties. Geen verkooppraatje, gewoon waar de man met het klembord naar kijkt.