Belastbaarheid van kabels: waarom de tabel niet het eindpunt is

In het kort

De belastbaarheid van kabels uit een standaardtabel geldt voor één kabel, in normale omstandigheden, bij een omgevingstemperatuur van 30 graden. Zodra er meerdere kringen in dezelfde buis liggen, of de leiding in isolatie zit, of de ruimte warmer is, daalt wat die kabel werkelijk aankan. Het AREI legt in Boek 1 vast welk kaliber bij welke doorsnede hoort, en dat is wat een keurder controleert. Maar die koppeling gaat uit van een normale aanleg. Wie bundelt, moet zelf rekenen.

Waarom een berekening op papier soms niet klopt in de muur

Elke tabel met stroombelastbaarheid beschrijft een kabel in bepaalde omstandigheden: een gekende aanlegwijze, een omgevingstemperatuur van 30 graden, en één kring die alleen ligt. Verandert er iets aan die omstandigheden, dan verandert de belastbaarheid mee.

Dat is geen fout in de tabellen. Zo zijn ze opgesteld. Het probleem is dat de meeste online rekenmodules de ideale situatie tonen als het eindantwoord, terwijl er in werkelijkheid nog drie correcties bij horen.

Een kabel die te warm draait valt niet meteen uit. Hij veroudert sneller. De isolatie wordt harder, de verbindingen krijgen het zwaarder, en jaren later meet u een isolatieweerstand die u niet had verwacht. Dat is precies het soort installatie dat bij een keuring boven water komt zonder dat iemand ooit iets fout gedaan heeft op de dag van de plaatsing.

Wat het AREI vastlegt, en wat het niet zegt

Boek 1 koppelt in Tabel 4.11 het kaliber van de beveiliging aan de doorsnede van de geleiders. Voor een huishoudelijke installatie is dat de bekende reeks: 1,5 mm² met een automaat van 16 ampère, 2,5 mm² met 20 ampère, en zo verder. Dat is een vaste koppeling, en het is de eerste zaak die een keurder nakijkt.

Wat die tabel niet zegt, is in welke omstandigheden die leiding ligt. De koppeling veronderstelt een normale aanleg. Ligt de kring samen met vijf andere in dezelfde buis, of loopt hij door dakisolatie in een zolder die in de zomer boven de 45 graden gaat, dan is de werkelijke belastbaarheid lager dan waar die koppeling van uitgaat.

Met andere woorden: het AREI geeft u de bovengrens, niet de garantie. De verantwoordelijkheid om de omstandigheden mee te rekenen ligt bij wie de installatie ontwerpt en plaatst.

Correctie één: belastbaarheid van kabels door bundeling

Een geleider raakt zijn warmte kwijt aan wat er rond zit. Liggen er zes kringen in dezelfde buis, dan hebben ze niets anders om die warmte aan te geven dan aan elkaar. Daarom wordt de belastbaarheid verlaagd naarmate het aantal stijgt.

Aantal kringen in dezelfde buis of bundelCorrectiefactor
20,80
30,70
40,65
50,60
60,57

Bij zes kringen samen houdt u dus iets meer dan de helft over van wat de basistabel beloofde. En dit is geen uitzonderlijke situatie: het is precies wat er gebeurt in de buis die vanuit het verdeelbord vertrekt, waar alle kringen nog samen zitten voor ze zich verspreiden.

Er is trouwens nog een reden om niet te veel in één buis te steken. Het AREI vraagt dat de leidingen uit de buis kunnen worden getrokken en er opnieuw in kunnen. Een overvolle buis voldoet daar niet aan, ook als de belastbaarheid op papier nog zou kloppen.

Correctie twee: belastbaarheid van kabels door de omgevingstemperatuur

De tabellen gaan uit van 30 graden rond de kabel. Voor kabels met PVC isolatie ziet de correctie er ongeveer zo uit.

OmgevingstemperatuurCorrectiefactor
35 graden0,94
40 graden0,87
45 graden0,79
50 graden0,71

Waar wordt het zo warm? Onder een niet geventileerd dak in de zomer. In een technische ruimte naast een ketel of een warmtepomp. Achter een inbouwtoestel. En in een verdeelbord dat vol zit en dicht hangt, want daar warmen de toestellen elkaar op.

De twee correcties werken door op elkaar. Vier kringen in één buis in een warme zolder is 0,65 maal 0,87, dus ongeveer 0,57 van de tabelwaarde. Er is niets verkeerd gedaan. De omstandigheden hebben zich gewoon opgestapeld.

Correctie drie: belastbaarheid van kabels door de manier van aanleggen

Een kabel die vrij in de lucht op een kabelgoot ligt, kan zijn warmte kwijt. Dezelfde kabel in een buis in een muur al veel minder. En een kabel die volledig in isolatiemateriaal ligt, zoals in een spouw of tussen dakisolatie, zit thermisch het slechtst van allemaal.

Daarom bestaan de referentie installatiemethodes. Dezelfde doorsnede geeft een andere belastbaarheid naargelang hij in een buis in een geïsoleerde wand zit, in een buis in metselwerk, of open op een goot. Wie een tabel gebruikt zonder de aanlegwijze te kiezen, rekent met een waarde die willekeurig te hoog of te laag kan uitvallen.

In renovaties zie ik dit het vaakst bij naisolatie. De installatie lag er jaren correct, en daarna is er isolatie tegen of over de leidingen aangebracht. Elektrisch is er niets veranderd, thermisch alles.

Een rekenvoorbeeld

Vier kringen in stopcontacten van 2,5 mm², samen in één buis, in een zolder waar het in de zomer 40 graden wordt. Beveiligd met automaten van 20 ampère.

Basiswaarde voor 2,5 mm² in buis: ongeveer 18,5 ampère.

Vier kringen samen, factor 0,65: 12 ampère.

Omgevingstemperatuur 40 graden, factor 0,87: ongeveer 10,5 ampère.

Er staat dus een automaat van 20 ampère op een kring die in deze omstandigheden zo’n 10 ampère continu aankan. Zolang daar enkel wat verlichting en een televisie op hangt, gebeurt er niets. Hang er een verwarmingstoestel of een oude diepvriezer bij die uren doorloopt, en de kabel draait structureel te warm zonder dat de automaat ooit afschakelt.

Dit is het venijn van de zaak. De beveiliging beschermt de leiding tegen overbelasting bij het kaliber waarop ze gedimensioneerd is. Verlaagt u de werkelijke belastbaarheid met correctiefactoren, dan beschermt diezelfde automaat de kabel niet meer bij die lagere waarde. De thermische bescherming is er dan wel, maar op het verkeerde niveau.

Wilt u weten of uw beveiliging bij een fout aan het einde van de kring nog aanspreekt? Dat rekent u na met de rekentool voor maximale lengte en foutstroomketen. Dat is dezelfde vraag als hierboven, maar dan vanuit de lengte in plaats van vanuit de warmte.

Wat een keurder hier wel en niet mee doet

Eerlijk zijn hoort hierbij. Een keuring is een controle op conformiteit, geen herrekening van uw installatieontwerp. Een keurder meet de isolatieweerstand, controleert de aarding, de differentieelschakelaars, en of het kaliber past bij de doorsnede volgens Tabel 4.11. Correctiefactoren voor bundeling worden bij een gewone woningkeuring zelden nagerekend, eenvoudigweg omdat het niet zichtbaar is hoeveel kringen er in een buis zitten die al twintig jaar dicht zit.

Wat wel opvalt bij een keuring: een verkleurde of verharde isolatie, sporen van oververhitting aan de klemmen, een isolatieweerstand die lager ligt dan verwacht, en een verdeelbord waar de kabels bruin verkleurd binnenkomen. Dat zijn de gevolgen, jaren later.

Bij nieuwe installaties en bij uitbreidingen ligt dat anders. Daar wordt het schema voorgelegd, en daar is de aanlegwijze wel zichtbaar. Een controle van een nieuwe laadpaal of een uitbreiding van het bord is precies het moment waarop dit soort zaken naar boven komt.

De laadpaal maakt dit opnieuw actueel

Jarenlang was dit vooral theorie in woningen, want een gewone stopcontactenkring wordt nooit uren aan één stuk volledig belast. Een laadpaal wel. Die trekt zijn stroom urenlang aan een constante waarde, en dat is precies de situatie waarvoor deze correcties bestaan.

Wordt de voeding van de laadpaal mee door dezelfde buis of dezelfde koker getrokken als de rest, of loopt hij door een geïsoleerde wand naar de garage, dan is de basiswaarde uit de tabel niet meer het antwoord. Bij die trajecten speelt bovendien het spanningsverlies mee, en dat gaat dezelfde richting uit.

Voor die situatie hebt u twee rekentools: laadpaal thuis om te zien of uw aansluiting de laadpaal aankan en welke differentieel u nodig hebt, en spanningsval en energieverlies voor het traject naar de garage. Reken dat na voor de kabel besteld is, want achteraf ligt hij in de muur.

Wat u hiermee kan doen

Laat u de werken uitvoeren, dan is dit één vraag waard: houdt de dimensionering rekening met het aantal kringen in de buis en met de temperatuur op de plaats waar ze lopen? Wie het gedaan heeft, antwoordt in één zin. Het is een terechte vraag, geen wantrouwen.

Doet u het zelf, dan is de praktische samenvatting kort. Verdeel uw kringen over meerdere buizen in plaats van alles in één. Vermijd leidingen midden in isolatiemateriaal waar het kan. Beschouw een zolder als een warme ruimte, niet als een gemiddelde. En komt een berekening dicht bij de grens, neem dan een maat groter, want elke correctie in dit artikel gaat dezelfde kant op.

Dit artikel is algemene informatie over het AREI en vervangt geen keuring of ontwerpstudie voor één specifieke installatie. De vermelde factoren zijn samengevat ter verduidelijking en vervangen de officiële tabellen niet. Laat uw installatie in geval van twijfel nakijken door een erkend keuringsorganisme of een vakman.