
De panelen liggen, de omvormer knippert groen, en de installateur zegt dat de keuring een formaliteit is.
Meestal is dat ook zo. Maar niet altijd, en het is nuttig om vooraf te weten wat er gebeurt, want een deel van wat er misloopt heeft niets met de panelen te maken en alles met papier.
Dit is wat er tijdens een keuring van zonnepanelen echt nagekeken wordt, in de volgorde waarin het gebeurt.
Waarom een keuring van zonnepanelen verplicht is
De wetgever ziet een installatie met zonnepanelen niet als iets aparts. Hij ziet het als een uitbreiding van uw huishoudelijke elektrische installatie. En elke uitbreiding moet gekeurd worden voor ze in dienst gaat.
Dat is de hele redenering. Het is dezelfde regel die geldt wanneer u een nieuwe kring bijtrekt of uw verdeelbord vervangt, alleen valt ze bij panelen meer op omdat er een netbeheerder bij komt kijken.
De verplichting staat in het AREI, bij de bepalingen over de controle voor ingebruikname: Boek 1, hoofdstuk 6.4. De metingen die de keurder daarbij uitvoert staan in afdeling 6.4.5, en de waarden waaraan hij toetst in tabel 6.1.
Praktisch gevolg: zonder gunstig keuringsverslag kan u de installatie niet aanmelden bij de netbeheerder, en zonder aanmelding hoort ze er officieel niet te zijn.
Wie mag een keuring zonnepanelen uitvoeren, en wie niet
Dit is het punt waar mensen soms verrast worden.
Uw installateur mag niet keuren. Ook niet als hij twintig jaar ervaring heeft en beter weet dan wie ook wat er ligt. De keuring moet gebeuren door een controleorganisme dat door de FOD Economie erkend is en daarvoor geaccrediteerd is. In de praktijk komt u namen tegen als ACEG, BTV, Vinçotte of SGS.
De reden is dezelfde als bij een auto. Wie het werk uitvoert, beoordeelt het niet. Dat is geen wantrouwen tegenover uw installateur, dat is hoe je een oordeel bruikbaar houdt.
Wat een goede installateur wel doet, is het dossier klaarleggen en de afspraak maken. Doet hij dat niet, dan mag u ernaar vragen.
Wat u klaarlegt voor de keurder komt
Dit stuk levert meer afkeuringen op dan alle technische gebreken samen. Een keurder die geen schema krijgt, kan niets vergelijken, en dan stopt het daar.
Wat er klaar moet liggen:
Het eendraadschema van de kringen van de zonnepanelen, aansluitend op het bestaande schema van de woning.
Het situatieschema, met de plaats van de panelen, de omvormer en de scheiders.
De gegevens van de panelen en de omvormer, dus de technische fiches en de conformiteitsverklaringen.
Het bewijs dat uw omvormer in België toegelaten is. Elke omvormer moet hier geregistreerd zijn als veilig te gebruiken op het net, met het bijbehorende attest van de ontkoppelingsbeveiliging volgens het voorschrift C10/11 van Synergrid.
De stringconfiguratie, dus hoeveel panelen er in welke reeks staan.
De gegevens van uw aansluiting, waaronder de EAN code en de meter.
Vraag deze zes dingen aan uw installateur bij de oplevering, niet de dag voor de keurder komt. En bewaar ze. Bij een volgende keuring, of bij verkoop, wordt er opnieuw naar gevraagd.
De gelijkstroomkant, van paneel tot omvormer

Nu het echte werk. De gelijkstroomkant is het deel dat u niet kan uitschakelen vanuit uw woning, en het is dus ook het deel waar een keurder het meest aandacht aan besteedt.
De isolatieweerstand. Gemeten op de bekabeling tussen de panelen en de omvormer. Een te lage waarde betekent vocht, een beschadigde mantel of een slechte connector.
De grens is geen vast getal. Het AREI werkt met een formule: de minimale isolatieweerstand in ohm is duizend maal de testspanning in volt. Meet de keurder met 500 volt, dan ligt de grens op 0,5 megaohm. Meet hij met 1000 volt, dan op 1 megaohm. De testspanning zelf volgt uit de nominale spanning van de kring, en die waarden staan in tabel 6.1 van het AREI.
De scheidingsinrichting. Bij of in de omvormer, en geschikt voor gelijkstroom. Bij de meeste woningsystemen zit die ingebouwd in het toestel.
De bekabeling zelf. Sectie, type, uv bestendigheid en bevestiging. Kabels die los op het dak liggen of met gewone bindstrips vastzitten zijn een opmerking, want die strips worden breekbaar en laten de leiding in het water zakken.
De markering van de kabels. Gelijkstroomkabels moeten hun brandreactieklasse dragen, in de praktijk Cca. Staat er niets op de mantel, dan kan de keurder niet vaststellen wat er ligt.
De scheiding tussen gelijkstroom en wisselstroom. De gelijkspanningskabels en de wisselspanningskabels horen niet samen in dezelfde goot of dezelfde buis te lopen.
De verhouding tussen omvormer en panelen. Het vermogen van de omvormer en het totale vermogen van de panelen mogen van elkaar afwijken, maar niet te veel. Loopt het te ver uiteen, dan werkt de installatie buiten het bereik waarvoor ze ontworpen is.
De connectoren. Dit is het gebrek dat ik het vaakst tegenkom: connectoren van het MC4 type van twee verschillende merken op elkaar gestoken. Ze passen. Ze zijn niet toegelaten om te passen. De contactdruk klopt niet, de verbinding loopt jarenlang warm, en dan een keer niet meer.
De overspanningsbeveiliging, waar die vereist is volgens de opbouw van de installatie.
De wisselstroomkant, van omvormer tot bord
De automaat van de omvormerkring. Kaliber en type moeten passen bij de kabel en bij het toestel.
De kabelsectie tussen de omvormer en het bord. Te licht gekozen komt vaker voor dan u denkt, zeker wanneer de omvormer op zolder hangt en het bord in de kelder.
De differentieelbeveiliging. Hier zit een nuance die veel installateurs niet kennen. Zegt de fabrikant van de omvormer dat er een differentieelschakelaar van het type B nodig is, dan is dat een eis die uit de bouw van het toestel komt en geen verkooppraatje. Zegt hij dat een type A volstaat omdat de omvormer zelf gelijkstroomdetectie bevat, dan is dat ook geldig, en dan hoort dat in het dossier te zitten. Welk type waar hoort, staat in het artikel over de differentieelschakelaar type B.
De ontkoppelingsbeveiliging. Getest op de reactie bij afwijkende spanning en frequentie. Dit is de functie die uw installatie doet stoppen wanneer het net uitvalt, zodat een ploeg van de netbeheerder niet aan een lijn werkt die u onder spanning zet.
De manier waarop die ontkoppeling gebeurt, en hier ligt de grens op 30 kVA. Tot en met 30 kVA laat het AREI toe dat de omvormer dat zelf regelt met een automatisch tweevoudig scheidingssysteem. Dat is de situatie bij vrijwel elke woning, en dan hoeft er niets extra te hangen. Boven 30 kVA volstaat dat niet meer: dan is er een vergrendelbare veiligheidsonderbreking met ontkoppelingsbeveiliging vereist, die toegankelijk is voor de distributienetbeheerder. Zit u met een landbouwbedrijf, een loods of een groot dak, dan is dit het punt waarop een installatie sneuvelt.
De identificatie in het bord. De kring van de omvormer moet herkenbaar zijn voor iemand die het bord niet kent.
De aarding en de vereffening
De metalen draagstructuur en de kaders van de panelen horen onderling doorverbonden te zijn en via een equipotentiaalverbinding aangesloten op de aarding van de woning. De keurder meet de continuïteit, dus of die verbinding er echt is en niet alleen lijkt.
Daarnaast wordt de aarding van de woning zelf nagekeken, want die draagt nu een bron meer. Een aardingsweerstand die vroeger net volstond, volstaat niet automatisch nog.
Dit is meteen het punt waarop een oudere installatie struikelt. Een woning zonder deugdelijke aarding kan geen panelen krijgen zonder dat die aarding eerst in orde is. Niet omdat de oude installatie plots moet voldoen, maar omdat de nieuwe uitbreiding er anders niet op kan.
De markering, het saaiste punt met de meeste opmerkingen
Er hoort duidelijk aangegeven te zijn dat er zonnepanelen op deze installatie staan, en waar de scheiders zitten. Bij het verdeelbord, bij de omvormer en bij de gelijkstroomscheider.
Dat lijkt bijzaak. Het is het niet. Die plaat is bedoeld voor iemand die uw huis binnengaat op het slechtste moment van uw leven, en die in dertig seconden moet weten waar hij aan toe is. Een verbleekt of ontbrekend plaatje wordt genoteerd, en terecht.
Hetzelfde geldt voor de bereikbaarheid. Een omvormer of een scheider die weggewerkt zit achter een kast, of alleen te bereiken via een ladder en een luik, is een opmerking.
Keuring zonnepanelen: twintig inbreuken die het vaakst genoteerd worden
Hieronder de twintig punten die in de praktijk het vaakst in een verslag belanden, gegroepeerd zoals de keurder ze afloopt. Loop ze door voor u de afspraak maakt. De meeste zijn op een namiddag recht te zetten.
Het dossier
- Het eendraadschema van de kringen van de panelen ontbreekt. Zonder schema kan er niets vergeleken worden en stopt de keuring daar.
- Het situatieschema ontbreekt of klopt niet. De omvormer staat op het plan in de garage en hangt in werkelijkheid op zolder.
- De omvormer staat niet op de Belgische lijst van toegelaten toestellen. Een omvormer moet in België geregistreerd zijn als veilig te gebruiken op het net. Een toestel dat rechtstreeks uit het buitenland komt, staat er soms niet op, en dan helpt geen enkel ander papier.
- De technische fiches van panelen en omvormer ontbreken. Meestal omdat niemand ze na de plaatsing heeft opgevraagd.
- De stringconfiguratie op papier klopt niet met wat er ligt. Er is tijdens de plaatsing een paneel verschoven en het schema is nooit bijgewerkt.
De gelijkstroomkant
- Connectoren van twee verschillende merken op elkaar gestoken. Ze passen, ze zijn niet toegelaten om te passen, en de contactdruk klopt niet.
- Kabels die los op het dak liggen. Zonder bevestiging, vaak in de goot of in stilstaand water.
- Bindstrips uit de doe het zelf zaak als bevestiging. Niet bestand tegen uv, dus breekbaar binnen enkele jaren.
- De isolatieweerstand haalt de grens niet. Dat betekent vocht, een beschadigde mantel of een slechte connector.
- De gelijkstroomkabels dragen de brandreactieklasse niet. Kabels moeten gemarkeerd zijn met hun klasse, in de praktijk Cca. Staat er niets op de mantel, dan kan de keurder niet vaststellen wat er ligt.
- De gelijkspanningskabels lopen niet gescheiden van de wisselspanningskabels. Samen in dezelfde goot of dezelfde buis is een inbreuk. Een fout aan de ene kant mag niet overslaan naar de andere, en de gelijkstroomkant dooft niet uit zichzelf.
- Het vermogen van de omvormer past niet bij het totale vermogen van de panelen. Die twee mogen van elkaar afwijken, maar niet te veel. Loopt het te ver uiteen, dan werkt de installatie buiten het bereik waarvoor ze ontworpen is.
De wisselstroomkant
- De kabelsectie tussen de omvormer en het bord is te licht. Komt vaker voor dan u denkt, zeker bij een lange leiding van zolder naar kelder.
- De automaat van de omvormerkring past niet bij de kabel of bij het toestel. Verkeerd kaliber of verkeerde karakteristiek.
- De differentieel is van het verkeerde type. Meestal een type A waar de fabrikant van de omvormer een type B vraagt, en niemand die de handleiding heeft opengeslagen.
- De ontkoppelingsbeveiliging reageert niet binnen de grenzen. Gemeten op spanning en frequentie, en dit is geen punt waarover te onderhandelen valt.
- De kring van de omvormer is niet identificeerbaar in het bord. Wie het bord niet kent, kan niet zien wat waar hoort.
De aarding
- De constructie van de panelen is niet met de aarding verbonden via een equipotentiaalverbinding. Draagstructuur en kaders horen onderling doorverbonden te zijn en aangesloten op de aarding van de woning.
- De continuïteit haalt de meting niet. Er zit een verbinding die er alleen uitziet als een verbinding.
- De aardingsweerstand van de woning voldoet niet meer. Wat vroeger net volstond, volstaat niet automatisch nu er een bron bij is gekomen.
En dan het punt dat er als eenentwintigste bij had gekund: de waarschuwingsplaat bij het verdeelbord ontbreekt of is verbleekt tot een leeg vlak.
Wat opvalt aan deze lijst is dat maar een handvol punten echt technisch zijn. De meerderheid gaat over papier, over markering en over dingen die op voorhand recht te zetten waren. Dat is goed nieuws, want het betekent dat u het grootste deel van de kans op een negatief verslag zelf kan wegnemen voor de keurder aanbelt.
Wat er gebeurt bij een niet conform verslag
Eerst de nuance die mensen rust geeft: een niet conform verslag betekent niet dat uw installatie afgesloten wordt. Het betekent dat er inbreuken genoteerd zijn die weg moeten.
U laat de inbreuken herstellen, meestal door de installateur die het werk deed, en daarna volgt een herkeuring. Bij die herkeuring wordt gekeken of de genoteerde punten opgelost zijn. Voor een nieuwe installatie geldt daarvoor een termijn van twaalf maanden. Laat u die verlopen, dan wordt het een volledige nieuwe keuring in plaats van een controle op de punten.
Mijn advies: herstel meteen. De punten zijn op dat moment nog vers, de installateur staat nog achter zijn werk, en u hebt het verslag nodig om aan te melden.
Wilt u vooraf weten of uw bestaande kabel de omvormer of een extra kring aankan? Reken het na met onze rekentool kabelberekening.
Wat een keuring zonnepanelen kost
Reken op 150 tot 200 euro voor de keuring van een installatie met zonnepanelen. Het verschil hangt af van het controleorganisme en van de omvang van wat er ligt.
Eén ding dat mensen verrast: een herkeuring wordt beschouwd als een keuring. Wordt uw installatie afgekeurd en komt de keurder terug om de herstelde punten na te zien, dan betaalt u opnieuw het volle tarief. Er bestaat geen goedkoop tweede bezoek.
Dat is meteen het beste argument om het dossier op voorhand in orde te brengen. Vier van de vijf meest voorkomende inbreuken hierboven gaan over papier en markering, niet over techniek. Die wegwerken voor de keurder aanbelt kost u een uur. Ze laten staan kost u een tweede keuring.
Wat u nog mag vragen voor u boekt: of het verslag in de prijs zit en binnen welke termijn u het krijgt. Dat laatste telt, want zonder verslag geen aanmelding bij de netbeheerder.
Veelgestelde vragen
Is een keuring van zonnepanelen verplicht? Ja. Een installatie met zonnepanelen geldt als een uitbreiding van uw elektrische installatie, en elke uitbreiding moet gekeurd worden voor ze in dienst gaat. Zonder gunstig verslag kan u niet aanmelden bij de netbeheerder.
Wie mag zonnepanelen keuren? Alleen een controleorganisme dat door de FOD Economie erkend is. Uw installateur mag zijn eigen werk niet keuren, hoe ervaren hij ook is.
Wat als mijn installatie wordt afgekeurd? Dan krijgt u een verslag met de genoteerde inbreuken. Die laat u herstellen en daarna volgt een herkeuring op die punten. Uw installatie wordt niet afgesloten, maar u kan ze pas aanmelden zodra het verslag gunstig is.
Moet ik opnieuw laten keuren als ik panelen bijplaats? Ja. Panelen bijplaatsen of een omvormer vervangen is opnieuw een wijziging aan de installatie, en dus opnieuw een controle voor ingebruikname. Hetzelfde geldt wanneer u er een thuisbatterij bij zet.
Geschreven door een industrieel ingenieur die vijftien jaar elektrische installaties keurde en zeven jaar gasinstallaties. Geen verkooppraatje, gewoon waar de man met het klembord naar kijkt.