Zonnepanelen uitschakelen: waarom uw hoofdschakelaar het dak niet spanningsloos maakt

Vraag aan tien mensen met panelen op het dak hoe ze die uitzetten, en negen wijzen naar de meterkast. De hoofdschakelaar af, klaar.

Dat klopt voor de rest van de woning. Voor het dak klopt het niet.

Zolang er licht op een paneel valt, maakt dat paneel spanning. De kabels die van boven naar beneden lopen staan dan onder spanning, ook als uw bord dood is, ook in november, ook onder een schijnwerper. Er is geen schakelaar tussen de zon en uw dak.

De meeste bewoners horen dat nooit, omdat het bij de oplevering niet gezegd wordt en omdat er verder ook zelden iets misgaat. Tot er iemand naar boven moet.

Vier momenten waarop dit ertoe doet

Ik zet ze meteen op een rij, want daar draait dit artikel om. Er zijn vier situaties waarin die spanning op het dak opeens van u is:

Er komt een dakwerker, een schouwveger of een isolatieploeg. Er is brand en de brandweer staat op uw oprit. U breidt uit met een laadpaal, een warmtepomp of een batterij. Of u verkoopt en er komt een keurder langs.

In alle vier gaat het over hetzelfde: iemand gaat ervan uit dat de installatie spanningsloos is, en dat is ze maar half.

De omvormer stopt wel, het dak niet

Laat me eerst zeggen wat er wel klopt, want mensen draaien dit vaak precies om.

Een netgekoppelde omvormer heeft het net nodig om te werken. Valt de spanning weg, of u nu zelf de hoofdschakelaar afzette of een storm de lijn neerhaalde, dan stopt de omvormer binnen enkele seconden met leveren. Dat heet netontkoppeling, en het is bewust zo gemaakt: uw installatie mag geen lijn onder spanning zetten waarvan een ploeg van de netbeheerder denkt dat ze dood is. In België wordt die eigenschap nagekeken volgens het voorschrift C10/11 van Synergrid, in Nederland via de netcode en de keuring van de omvormer.

De wisselstroomkant, van de omvormer tot uw bord, is bij een onderbreking dus wel degelijk spanningsloos. Dat werkt zoals het hoort.

De gelijkstroomkant niet. Tussen de panelen en de omvormer staat de spanning er nog, want de zon weet niets van uw stroompanne. Bij een stringsysteem is dat vaak 300 tot 600 volt, over de volledige lengte van uw dak.

Eén uitzondering die u moet kennen. Hebt u een thuisbatterij met een noodstroomfunctie, dan blijft een deel van uw wisselstroomkant bij een panne net wel onder spanning staan, met opzet. Dan staan beide kanten onder spanning, en het enige wat dat verraadt is het plaatje op de kast.

Zonnepanelen uitschakelen: wat u wel in de hand hebt

Zonnepanelen uitschakelen betekent daarom in de praktijk iets anders dan wat mensen denken. U hebt drie handelingen ter beschikking, en het is nuttig om te weten wat elk van de drie precies doet.

De automaat van de omvormer in het bord. Die maakt de leiding tussen uw bord en de omvormer vrij. Verder niets.

De gelijkstroomscheider bij de omvormer. Die zit in of vlak naast het toestel en onderbreekt de kabel die van de panelen komt. Nu is de omvormer vrij van het dak. De kabel tussen de panelen en die scheider staat nog altijd onder spanning.

Optimizers of micro omvormers, als u die hebt. Alleen die brengen de spanning per paneel terug. Ligt er zo’n systeem, dan wordt het dak zelf grotendeels veilig zodra de omvormer stopt. Ligt er een gewoon stringsysteem, dan niet.

Wat er dus na alle drie de handelingen nog onder spanning staat, is de bekabeling op het dak en langs de gevel. Dat is precies het stuk waar iemand met een zaag of een blusstraal bij komt.

Waarom gelijkstroom zich anders gedraagt

Nog even waarom dit meer is dan een detail.

Netstroom keert vijftig keer per seconde om, en passeert daarbij twee keer per periode door nul. Dat nulpunt is de reden waarom schakelen überhaupt werkt. Ontstaat er een vlamboog omdat een contact opent of een draad loskomt, dan is er om de tien milliseconden een moment zonder stroom om die boog te voeden. De meeste bogen doven daar. Automaten, schakelaars en contactoren zijn allemaal rond dat nulpunt gebouwd.

Gelijkstroom heeft geen nulpunt. Een boog die daar ontstaat krijgt nooit een moment rust. Hij blijft branden, hij vreet het koper op waar hij uit komt, en hij rekt zich uit naarmate de opening groter wordt. Dat is de reden waarom een gelijkstroomscheider veel zwaarder gebouwd is dan een wisselstroomschakelaar van hetzelfde kaliber, en waarom een connector opentrekken op een werkend paneelveld geen kleine vergissing is.

Er is nog een verschil, en dat gaat over het lichaam. Wisselstroom gooit iemand vaak weg omdat de spieren in het ritme samentrekken en weer loskomen. Gelijkstroom klemt: de greep sluit en blijft dicht. Welke van de twee erger is, is een discussie die weinig oplevert. Wat telt is dat gelijkstroom aan blijft staan en niet loslaat, en dat is de toestand op een dak om twaalf uur.

Moment een: de dakwerker

Dit is de meest alledaagse van de vier, en de meest onderschatte.

Iemand komt pannen leggen, een dakraam plaatsen, een schotel monteren of isolatie aanbrengen. Hij ziet panelen liggen, hij loopt eromheen, en hij gaat ervan uit dat het spul uit staat omdat u gezegd hebt dat u alles hebt afgezet.

De kabels lopen vaak onder de panelen door, tussen de tengels, of in een goot langs de gevel. Een schroef door een leiding, een tang op een connector, een voet op een kabel die al jaren in het water ligt: dat zijn de gevallen die ik ken.

Wat er hoort te gebeuren staat verderop bij de juiste volgorde, maar de belangrijkste stap is er geen technische. Het is dat u tegen wie naar boven gaat zegt dat de kabels daar spanning voeren.

Moment twee: de brandweer

Stel u de situatie voor. Er is brand. De ploeg zet de hoofdschakelaar af, zoals het hoort. Het bord is dood, de wisselstroomkant is dood, de omvormer is gestopt.

Op het dak liggen dan nog altijd panelen die bij daglicht spanning maken, en in het donker geeft hun eigen schijnwerper genoeg licht om er iets van over te houden. De Nederlandse brandweer schrijft het in haar handreiking zo droog mogelijk op: bij zonnepanelen blijven de kabels, als er licht is, onder spanning staan.

Daarom is de plaat bij uw verdeelbord die vermeldt dat er panelen liggen geen formaliteit. Die plaat is bedoeld voor iemand die uw huis binnengaat op het slechtste moment van uw leven, en die in dertig seconden moet weten waar hij aan toe is.

Dezelfde handreiking beveelt aan om schakelaars te voorzien die bereikbaar zijn vanaf de begane grond, en om vlamboogdetectie toe te passen. Aanbevelen is geen verplichten. In de praktijk staat die detectie op heel wat installaties uitgeschakeld, en zijn de optimizers die de spanning kunnen terugbrengen niet altijd geactiveerd.

Dat brengt me bij het verschil met Amerika, want daar is deze discussie wel beslecht. De Amerikaanse code eist sinds 2017 dat het dak binnen dertig seconden terugvalt naar 30 volt buiten de rand van het paneelveld en naar 80 volt erbinnen. Dat haal je alleen met uitschakeling per paneel, dus met micro omvormers of optimizers, en er hangt een gemerkte knop bij de meter.

België en Nederland kennen die verplichting niet. Bij ons is er geen rode knop. Ik zeg dat niet om paniek te zaaien, maar omdat mensen denken dat er ergens een knop is, en die is er niet.

Moment drie: de uitbreiding

Komt er een laadpaal, een warmtepomp of een thuisbatterij bij, dan verandert er twee keer iets.

Ten eerste komt er nog meer gelijkspanning in huis. Een batterij is gelijkspanning en die trekt zich niets aan van het net. Een laadpaal levert weliswaar wisselspanning aan de wagen, maar de elektronica aan beide kanten maakt gelijkstroomcomponenten.

Ten tweede, en dat is het punt dat mensen missen, kunnen die gelijkstroomcomponenten de beveiliging in uw bord blind maken. Een gewone differentieelschakelaar meet met een ringkern, en een vlakke gelijkstroom door die kern duwt het ijzer richting verzadiging. Uw schakelaar hangt er dan nog, ziet er goed uit, en werkt niet meer zoals bedoeld. Welk type u waar nodig hebt, staat in het artikel over de differentieelschakelaar type B.

Wilt u weten of de kabel die er ligt de extra kring aankan? Reken het eerst na met onze rekentool kabelberekening en met de rekentool laadpaal thuis. Gratis, en zonder dat u uw adres moet achterlaten.

Moment vier: de keuring

Wat er bij een controle van een installatie met panelen nagekeken wordt, is een lange lijst, en het grootste deel daarvan is niet het spannende deel. Hieronder staat onder andere waar ik naar kijk. Het is een greep uit de punten die ik in de praktijk het vaakst als opmerking noteer, en dus zeker niet de volledige lijst:

De plaatjes. Bij het bord, bij de gelijkstroomscheider en bij de omvormer. Leesbaar, juist, en overeenkomend met wat er echt ligt. Verbleekt plastic is een opmerking.

De scheider. Aanwezig, bereikbaar en gemarkeerd, en niet weggewerkt achter een kast of onder een stapel spullen op zolder.

De connectoren. Connectoren van het MC4 type van twee verschillende merken op elkaar gestoken is het gebrek dat ik het vaakst tegenkom. Ze passen. Ze zijn niet toegelaten om te passen. De contactdruk klopt niet en de verbinding loopt jarenlang warm tot dat op een dag niet meer zo is. Slechte verbindingen zijn ook in de Nederlandse brandcijfers de belangrijkste oorzaak.

De kabelbevestiging. Leidingen die op het dak liggen, of waar de klemmen die tegen uv bestand zijn vervangen zijn door bindstrips uit de doe het zelf zaak. Die worden breekbaar en laten de kabel in het stilstaande water zakken.

De geschiedenis van de omvormer. Moderne omvormers houden hun eigen storingen bij. Een reeks isolatiemeldingen die verdwijnt zodra het dak droogt, vertelt u precies waar het water binnenkomt.

Het schema. Een eendraadschema en een situatieschema die overeenkomen met wat er werkelijk hangt.

En het punt dat op geen enkel formulier staat: of de bewoner weet wat er ligt en waar de scheider zit. Een installatie die niemand begrijpt, wordt niet uitgeschakeld op het moment dat het telt.

Dit is bewust een korte lijst. De volledige controle van een installatie met zonnepanelen loopt over de gelijkstroomkant, de wisselstroomkant, de aarding, de beveiligingen, de schema’s en de documenten van de omvormer, en dat verdient een eigen artikel. Dat volgt.

Zonnepanelen uitschakelen in de juiste volgorde

Komt er iemand op uw dak, hou dan deze volgorde aan:

  1. Zet de omvormer stil volgens de handleiding van de fabrikant. Bijna elk toestel heeft daar een eigen procedure voor.
  2. Open de gelijkstroomscheider in of naast de omvormer. Nu is de omvormer vrij van de panelen.
  3. Zet de automaat van de omvormer af in het verdeelbord. Nu is de wisselstroomkant ook vrij.
  4. Laat een thuisbatterij door uw installateur uitschakelen als u er een hebt. Een batterij levert gelijkspanning ongeacht wat er buiten gebeurt.
  5. Zeg tegen wie naar boven gaat dat de kabels daar nog spanning voeren. Dit is de stap die iedereen overslaat en de enige die er echt toe doet.

En dan de regel die geen uitzonderingen kent: trek nooit een connector los op een werkend paneelveld. Niet om te kijken, niet om een paneel te verschuiven, geen seconde. Dat is de ene vlamboog die niet uit zichzelf dooft.

Veelgestelde vragen

Kan ik mijn zonnepanelen uitschakelen? U kan het systeem stilleggen met de gelijkstroomscheider bij de omvormer en met de automaat in het bord. De panelen zelf blijven spanning maken zolang er licht op valt. Zonnepanelen uitschakelen aan de bron kan alleen als uw installatie werkt met micro omvormers of met optimizers die de spanning per paneel terugbrengen.

Staat mijn dak nog onder spanning bij een stroompanne? Ja, aan de gelijkstroomkant. De omvormer stopt en de wisselstroomkant valt weg, maar de kabels tussen de panelen en de omvormer blijven onder spanning zolang er licht is.

Is gelijkstroom gevaarlijker dan wisselstroom? Niet per volt. Wel in de situaties die rond een woning voorkomen: een vlamboog dooft er niet vanzelf, een paneelveld is niet uit te schakelen van binnenuit, en een gelijkstroomlek kan de beveiliging die uw woning bewaakt blind maken. Dat laatste leest u in het artikel over de differentieelschakelaar type B.

Wat moet ik doen voor er iemand aan mijn dak werkt? Zet de omvormer stil, open de gelijkstroomscheider, zet de automaat af, en zeg tegen wie naar boven gaat dat de kabels daar nog spanning voeren. Die laatste zin is de belangrijkste van de vier.


Geschreven door een industrieel ingenieur die vijftien jaar elektrische installaties keurde en zeven jaar gasinstallaties. Geen verkooppraatje, gewoon waar de man met het klembord naar kijkt.