Elektriciteit in de badkamer: wat het AREI per volume toelaat

Elektriciteit in de badkamer volgt strengere regels dan in de rest van de woning, en dat heeft een goede reden. Water, natte huid en metalen leidingen maken een elektrische schok er veel gevaarlijker. Het AREI deelt de ruimte rond bad en douche daarom op in volumes, met per volume eigen regels. In dit artikel leest u wat die volumes zijn, wat er in elk volume mag, en welke fouten bij de keuring het vaakst opduiken.

Staat er een inbreuk in de badkamer op uw keuringsverslag? Wat het ongeveer kost om ze op te lossen, raamt u met onze keuzehulp kostenraming herstelling.

Elektriciteit in de badkamer: waarom er aparte regels gelden

Een droge huid heeft een vrij hoge weerstand. Een natte huid veel minder. Wie in bad zit of onder de douche staat, maakt bovendien over een groot oppervlak contact met water en vaak ook met metalen delen, zoals kranen en leidingen. Een lekstroom die elders in huis een tinteling geeft, kan in de badkamer dodelijk zijn. Daarom vraagt het AREI hier meer bescherming en legt het vast welk elektrisch materieel waar mag staan.

Het AREI maakt dat concreet met de conventionele grenzen voor de aanraakspanning: de hoogste spanning die een mens nog zonder gevaar kan verdragen. Die grens hangt af van de toestand van het lichaam.

Toestand van het lichaamWisselspanning (AC)Gelijkspanning met rimpelGelijkspanning zonder rimpel (DC)
BB1: droge huid50 V75 V120 V
BB2: natte huid25 V36 V60 V
BB3: ondergedompelde huid12 V18 V30 V
Conventionele absolute spanningsgrenzen volgens het AREI, Boek 1, tabel 2.3

Het verschil is groot. In een droge woonkamer ligt de grens voor wisselspanning op 50 V. Wie in bad zit, is volgens het AREI al in gevaar vanaf 12 V, meer dan vier keer minder. Dat is de reden waarom de badkamer zoveel strenger beveiligd moet zijn dan de rest van de woning.

De volumes rond bad en douche

De regels voor ruimten met een bad of douche staan in het AREI, Boek 1, hoofdstuk 7.1. De ruimte wordt opgedeeld in volumes. Hoe dichter bij het water, hoe strenger de regels.

VolumeWaarIn het kort
Volume 0De binnenkant van het bad of de douchebakPraktisch geen elektrisch materieel
Volume 1Boven het bad of de douchebak, tot 2,25 m hoogteAlleen materieel dat daarvoor geschikt is, met een hoge beschermingsgraad tegen water
Volume 2Alleen bij een bad: de zone buiten volume 1, tot een verticaal vlak op 0,60 m van de grens van volume 1, en even hoog als volume 1Beperkt materieel, minstens IPX4 (AD4); een stopcontact op laagspanning mag IPXX; een wasmachine mag onder voorwaarden
Buiten de volumesDe rest van de ruimte, tot 4 m van de vaste watertoevoer en tot 3 m hoogMinstens IPX1 (AD2), een stopcontact mag IPXX; alles beveiligd door een differentieel van 30 mA

Let op het verschil tussen een bad en een douche. Bij een gewone individuele douche, met of zonder douchebak, is volume 2 in de herziene regels van het AREI niet gedefinieerd. Volume 1 grenst daar rechtstreeks aan de rest van de ruimte. Volume 2 bestaat dus alleen rond een badkuip.

De volumes meet u vanaf de rand van het bad of de douchebak. Een vaste wand of een muur begrenst een volume. Is de wand kleiner dan het volume, dan loopt het volume rond de wand verder, over de afstand die een hand kan reiken (onderafdeling 7.1.3.1). Twijfelt u over de grenzen in uw badkamer, laat ze dan door een installateur bepalen voor u stopcontacten of verlichting plaatst.

Waar volume 1 eindigt en volume 2 begint, is zelfs voor veel installateurs en keurders onduidelijk. Een badkuip of douchebak heeft een wand met een zekere dikte, vaak met een brede rand aan de bovenkant. Volume 0 is de binnenkant van die kuip. Volume 2 begint niet aan de binnenkant van de wand, maar aan de buitenkant ervan. De volledige rand van het bad hoort dus nog bij volume 1, en de 0,60 m van volume 2 meet u vanaf de buitenkant van die rand. Het AREI zegt het letterlijk: volume 1 wordt begrensd door het verticale vlak aan de buitenrand van de badkuip (onderafdeling 7.1.3.2).

Het AREI beschouwt een deur in een vaste wand die geheel of gedeeltelijk in de volumes ligt als volledig geopend (onderafdeling 7.1.3.1, punt 2, b). Die geopende deur telt dan als een vaste wand, en daarom is de plaats van het scharnier belangrijk. Zit het scharnier aan de kant van de badkuip, dan houdt de geopende deur volume 2 binnen de badkamer. Zit het scharnier aan de andere kant, dan kan volume 2 door de deuropening tot buiten de badkamer lopen. Een schakelaar of een stopcontact net naast de deur, aan de kant van de gang, staat dan toch in volume 2. Veel elektriciens weten dat niet, en het is een fout die we bij keuringen geregeld tegenkwamen. Kijk dus altijd hoe de deur draait voor u bepaalt waar de schakelaar komt.

Bovenaanzicht van een badkamer: met het scharnier aan de badkant blijft volume 2 binnen, met het scharnier aan de andere kant loopt volume 2 door tot in de gang
De plaats van het scharnier bepaalt of volume 2 tot in de gang loopt (AREI Boek 1, onderafdelingen 7.1.3.1 en 7.1.3.2).

Zo controleert u volume 2 in de praktijk

De afstanden van de volumes zijn niet willekeurig gekozen. Ze komen uit de ergonomie: ze zijn afgeleid van de afmetingen van het menselijk lichaam, en van hoe ver iemand kan reiken die in het bad staat.

Als keurder controleerde ik volume 2 daarom altijd op dezelfde, eenvoudige manier. Ik ging in de badkuip staan en probeerde een stopcontact of een schakelaar te raken. Lukte dat, dan stond het toestel binnen handbereik, en moest het voldoen aan de voorwaarden van volume 2. De meeste keurders schatten de afstand zo in, en wie twijfelt, meet. Voor u als eigenaar is dat een goede eerste test: kunt u vanuit het bad een stopcontact of schakelaar aanraken, laat het dan nakijken.

Makkelijk is het niet altijd. De regels en de tekeningen in het AREI gaan uit van een eenvoudige, rechthoekige badkamer. In de praktijk wijken veel situaties daarvan af: een schuin plafond, een bad in een nis, een vaste douchewand, een deur die naar binnen draait. Wat achter een bureau bedacht is, past niet altijd op de werf. Dat leidt vaak tot discussie en twijfel, ook tussen installateur en keurder. Bespreek een ongewone situatie daarom vooraf, voor de tegels gezet worden.

Wat mag waar?

Stopcontacten

Stopcontacten zijn verboden in volume 0 en volume 1. In volume 2, rond een badkuip, mag een stopcontact alleen in drie gevallen (onderafdeling 7.1.5.2, d):

  • het stopcontact wordt elk afzonderlijk gevoed via een scheidingstransformator van maximaal 100 W, zoals bij een scheerstopcontact;
  • het stopcontact is beveiligd door een differentieelschakelaar met zeer hoge gevoeligheid, dus van hoogstens 10 mA;
  • het stopcontact wordt gevoed op ZLVS, met de voeding buiten volume 0 en volume 1.

Een differentieel van 30 mA volstaat in volume 2 dus niet. Opvallend is dat het AREI voor een stopcontact op laagspanning in volume 2 geen IPX4 eist: beschermingsgraad IPXX is toegelaten (tabel 7.3). Voor het andere materieel in volume 2 geldt wel minstens IPX4. Buiten de volumes mogen gewone stopcontacten wel, beveiligd door een differentieelschakelaar van 30 mA. Een stopcontact naast de lavabo is daarom meestal geen probleem. Let wel op met een stopcontact naast de deur: volume 2 kan door de deuropening doorlopen.

Verlichting

In de volumes mag alleen verlichting die daarvoor gemaakt is. Voor volume 2, rond een badkuip, gelden deze eisen:

  • Verlichting op 230 V is toegelaten als vast verlichtingstoestel. Het moet permanent aangesloten zijn of gevoed worden via een toegelaten contactdoos. Zowel klasse I (geaard) als klasse II (dubbel geïsoleerd) is toegelaten.
  • Beschermingsgraad: minstens IPX4, spatwaterdicht. Dat komt overeen met de uitwendige invloed AD4. Kijk naar de IP code op het toestel. Wat de cijfers betekenen, leest u in ons artikel over de IP code.
  • Verlichting op zeer lage veiligheidsspanning (ZLVS), zoals ledspots op 12 V of 24 V, is toegelaten. De spanning bedraagt hoogstens 25 V wisselspanning of 60 V rimpelvrije gelijkspanning. De veiligheidstransformator of voeding moet verplicht buiten volume 0 en volume 1 staan.
  • Differentieel van 30 mA: de stroomkring die de verlichting in de badkamer voedt, moet beveiligd zijn door een differentieelschakelaar van maximaal 30 mA.
  • Schakelaars: een lichtschakelaar op 230 V mag in volume 2, op voorwaarde dat hij minstens IP44 is, en beveiligd door een differentieelschakelaar van hoogstens 30 mA, zoals alle kringen in de badkamer. In de praktijk gaat men er vaak van uit dat een schakelaar IP44 is omdat hij volledig afgedekt is, maar kijk het toch na op het toestel. Een minimale hoogte is sinds 2026 niet meer voorgeschreven.

Een gewone plafondlamp zonder IPX4 boven het bad is een klassieke inbreuk.

Gebruikt u materieel op ZLVS dat geen enkele bescherming tegen aanraking heeft (beschermingsgraad IP00), dan legt het AREI nog lagere grenzen op. Die hangen af van het volume:

PlaatsWisselspanning (AC)Gelijkspanning met rimpelGelijkspanning zonder rimpel (DC)
Volume 06 V12 V20 V
Volume 16 V12 V20 V
Volume 212 V18 V30 V
Badkamer, buiten de volumes12 V18 V30 V
Maximumspanning van ZLVS bij elektrisch materieel met beschermingsgraad IP00, volgens het AREI, Boek 1, tabel 7.1

De spanning maakt dus een groot verschil. Een toestel op 6 V wisselspanning mag in volume 1 IP00 zijn, terwijl een verlichtingstoestel op 230 V op dezelfde plaats minstens IPX4 moet hebben en permanent aangesloten moet zijn.

De wasmachine en de droogkast

Een wasmachine in de badkamer is heel gewoon. Het AREI laat een toestel met een vaste opstelplaats, zoals een wasmachine, toe in volume 2, op voorwaarde dat het permanent aangesloten is of gevoed wordt via een toegelaten contactdoos (Boek 1, afdeling 7.1.5, onderafdeling 7.1.5.2, punt d). Het materieel in volume 2 moet bovendien voldoen aan de uitwendige invloed AD4: minstens IPX4, spatwaterdicht (onderafdeling 7.1.5.1 en tabel 7.3). In de praktijk staat het stopcontact van de wasmachine dus best buiten de volumes.

Over de wasmachine zelf zegt het AREI weinig. Het is een toestel, een stuk huisraad, en geen deel van de elektrische installatie. Daarom loont het om verder te kijken dan de letter van de wet. In het appartement uit ons artikel over het herstellen van een afgekeurde keuring hebben wij de aansluiting naar de keuken verplaatst. Er woonden veel kinderen, en een wasmachine naast het bad was daar niet de veiligste plaats.

De handdoekverwarmer

Een elektrische handdoekverwarmer wordt best vast aangesloten en niet met een stekker in een stopcontact gestoken. Of hij op de gekozen plaats mag hangen, hangt af van het volume en van het toestel zelf. Laat dat vooraf nakijken, want een verplaatsing achteraf betekent breekwerk in de tegels.

Elektriciteit in de badkamer: de differentieel van 30 mA

Alle stroomkringen in de badkamer moeten beveiligd zijn door een differentieelschakelaar van 30 mA. Die schakelt uit zodra er een kleine lekstroom wegvloeit, bijvoorbeeld door een persoon. Het is de belangrijkste bescherming in een natte ruimte. De differentieelschakelaar zelf moet buiten de badkamer geplaatst worden (onderafdeling 7.1.4.3).

Let daarbij ook op het tweede getal op de differentieelschakelaar: de nominale stroom. Een differentieel van 30 mA die maar 25 A mag dragen, achter een voorbeveiliging van 40 A, is niet beschermd tegen overbelasting. Waarom dat een probleem is, leest u in ons artikel over de 3000 A automaat en de differentieel van 40 A.

De lokale equipotentiale verbinding

In een badkamer worden de metalen delen die een spanning kunnen overbrengen met elkaar en met de beschermingsgeleider verbonden: metalen water en verwarmingsleidingen, een metalen bad of douchebak, en andere metalen delen die u tegelijk kunt aanraken. Zo kan er tussen twee metalen delen nooit een gevaarlijk spanningsverschil ontstaan.

Bij een verbouwing gaat die verbinding vaak verloren. Een stuk metalen leiding wordt vervangen door kunststof, en de draad van de equipotentiale verbinding hangt los of verdwijnt achter de tegels. Bij de keuring komt dat dan als inbreuk terug.

Bestaande installaties

Voor installaties die al in dienst waren voor oktober 1981 voorziet het AREI een aantal afwijkingen. U vindt ze in Deel 8 van Boek 1, “Bijzondere voorschriften met betrekking tot bestaande elektrische installaties”, afdeling 8.2.1. Dat is geen gunst, maar een rechtsprincipe: een wet mag niet met terugwerkende kracht toegepast worden. Een installatie die correct was volgens de regels van toen, kan niet zomaar afgekeurd worden op basis van regels die pas later kwamen. Voor de badkamer is het toegelaten om:

  • elektrische leidingen in dienst te houden die niet aan de huidige voorschriften voldoen;
  • geen bijkomende potentiaalvereffeningsverbinding te hebben;
  • in de vloer verzonken verwarmingsweerstanden in dienst te houden die niet aan de huidige voorschriften voldoen, of die niet met de potentiaalvereffening verbonden kunnen worden.

Daar staat een duidelijke voorwaarde tegenover: volume 2 loopt dan niet tot 0,60 m, maar tot 1 m van volume 1. De zone waarin minder materieel mag staan wordt dus groter. Dat is de prijs voor het behoud van de oude installatie.

Bovenaanzicht van een badkamer in een oude installatie van voor 1981, waar volume 2 tot 1 m van het bad loopt en door de deuropening tot in de gang
Bij een installatie van voor oktober 1981 loopt volume 2 tot 1 m van het bad (AREI Boek 1, afdeling 8.2.1).

Ook voor de differentieelschakelaars voorziet het AREI afwijkingen voor zulke oude installaties. Zo mogen er bijvoorbeeld meer dan acht eindstroombanen op één differentieel met grote gevoeligheid blijven staan. Die afwijkingen gelden ook bij een kleine wijziging of uitbreiding. Bij een belangrijke wijziging, zoals een grondige verbouwing van de badkamer, vallen ze weg voor het nieuwe deel.

Er is ook een tweede, veel recentere overgangsregel. Voor een badkamer waarvan de werken begonnen vóór 1 maart 2025 mag nog gerekend worden met de oude indeling in volume 0, 1, 1bis, 2 en 3, waarbij volume 3 tot 2,40 m buiten volume 2 loopt (onderafdeling 6.5.8.1, punt 3). Dat geldt ook bij een kleine wijziging, of bij een wijziging die geen invloed heeft op de volumes. Daarom ziet u in oudere documentatie en opleidingen nog vaak volume 1bis en volume 3.

Wat er in 2025 veranderd is

Sinds 1 maart 2025 gelden aangepaste regels voor elektrische installaties in ruimten met een bad of douche. Ze zijn ingevoerd met het koninklijk besluit van 3 oktober 2024. Verbouwt u nu een badkamer, vraag dan uw installateur of hij met die nieuwe regels werkt.

De tekst van het AREI is daarbij flink herschreven, maar in de praktijk is er voor een badkamer weinig veranderd. Wat wel anders is, is de manier waarop de regels opgebouwd zijn. Het AREI vertrekt nu veel meer van de omgeving: welke uitwendige invloeden zijn er op een bepaalde plaats, en welke beschermingsgraad moet het materieel daarom hebben? In een badkamer gaat het vooral om de aanwezigheid van water, met de code AD (bijvoorbeeld AD4 voor spatwater), en om de toestand van het menselijk lichaam, met de code BB, zoals in de tabel bovenaan dit artikel. Daaruit volgt de IP code die het materieel minstens moet hebben. Tabel 7.3 van het AREI koppelt elk volume aan zo een uitwendige invloed: AD7 in volume 0, AD4 in volume 1 en volume 2, en AD2 in de rest van de ruimte. Hoe die codes in elkaar zitten, leest u in ons artikel over de uitwendige invloeden in het AREI.

Voor u betekent dat vooral één ding: kijk bij elk toestel voor de badkamer naar de IP code op de verpakking of op het typeplaatje. Die code bepaalt of het op een bepaalde plaats mag komen.

De fouten die het vaakst opduiken bij de keuring

  1. Een wasmachine in volume 2 die niet aan de voorwaarden voldoet: niet permanent aangesloten of niet via een toegelaten contactdoos gevoed, of zonder IPX4.
  2. Volume 2 verkeerd uitgemeten, vanaf de binnenkant van de badkuip in plaats van vanaf de buitenkant van de rand.
  3. Een schakelaar of stopcontact buiten de badkamerdeur die toch in volume 2 staat, omdat volume 2 door de deuropening doorloopt.
  4. Een stopcontact in volume 2 achter een differentieel van 30 mA in plaats van 10 mA, of een stopcontact in volume 0 of 1.
  5. Kringen zonder differentieel van 30 mA, omdat de badkamer achteraf op een bestaande kring werd aangesloten.
  6. Een ontbrekende of verbroken equipotentiale verbinding na een verbouwing.
  7. Verlichting zonder geschikte beschermingsgraad boven de douche.
  8. Een stopcontact zonder aarding, een fout die in een badkamer extra zwaar weegt. Meer daarover in ons artikel over het stopcontact zonder aarding.

Welke inbreuken het zwaarst wegen bij een keuring, leest u in ons artikel over inbreuken bij de elektrische keuring. Wilt u een deel zelf aanpakken, lees dan eerst wat u zelf aan uw elektrische installatie mag herstellen.

Elektriciteit in de badkamer: kort samengevat

Elektriciteit in de badkamer draait om drie dingen: het juiste materieel in het juiste volume, een differentieel van 30 mA op alle kringen, en een equipotentiale verbinding die na elke verbouwing nog in orde is. Plant u een nieuwe badkamer, bepaal dan de plaats van stopcontacten, verlichting, wasmachine en handdoekverwarmer voor de tegels gezet worden. Achteraf verplaatsen kost altijd meer.

Wilt u dat wij uw badkamer nakijken voor de keuring, of de inbreuken voor u oplossen? Neem contact met ons op.

Bel ons op +32 484 79 52 47 of stuur een bericht via WhatsApp.

Uw installatie echt laten nakijken?

Keurpoint is een initiatief van TR&I bv, erkend installateur in heel Vlaanderen. Zij voeren de voorinspectie uit, lossen inbreuken op en zorgen dat uw dossier op tijd in orde is.

Bekijk wat TR&I voor u kan doen

Geschreven door een industrieel ingenieur die vijftien jaar elektrische installaties keurde en zeven jaar gasinstallaties. Geen verkooppraatje, gewoon waar de man met het klembord naar kijkt.

Liever niet zelf uitzoeken?

Wij regelen uw elektrische keuring, gaskeuring, EPC en asbestattest. U zegt wat u nodig hebt en wanneer. Wij zoeken de keurder, maken de afspraak en volgen op tot het attest er is.

Bekijk wat wij voor u kunnen doen

Liever meteen iemand spreken? 0484 79 52 47

WhatsApp ons