3000 A automaat en differentieel van 40 A: kortsluiting is geen overbelasting

Een 3000 A automaat herkent u aan het getal 3000 in een klein kadertje op de voorkant. Het staat op bijna elke automaat in een Belgisch verdeelbord, en op de differentieel ervoor staat vaak “3000 A, 22,5 kA²s”. Wat die getallen betekenen, en vooral wat ze niet betekenen, is voor veel mensen onduidelijk. Ook voor veel elektriciens.

De grootste bron van verwarring is dat twee heel verschillende vragen door elkaar gehaald worden: is de differentieel beschermd tegen kortsluiting, en is hij beschermd tegen overbelasting? Dat zijn twee aparte vragen, met twee aparte antwoorden. Wie ze uit elkaar houdt, begrijpt het hele verdeelbord.

Kortsluiting en overbelasting: twee verschillende dingen

Een beeld helpt. Stel dat het net van de netbeheerder een stuwmeer is, en uw installatie de leidingen erachter.

Kortsluiting is een vloedgolf. Er breekt ergens een leiding open en in één klap raast er een enorme hoeveelheid water door. Het gaat over duizenden ampère, en alles is voorbij in enkele milliseconden. De vraag is: overleeft alles in het verdeelbord die ene klap?

Overbelasting is een brug die elke dag te zwaar beladen wordt. Er loopt niet veel te veel stroom, maar net iets te veel, en dat urenlang. Een differentieel van 40 ampère waar dag na dag 50 ampère door gaat. Geen klap, maar warmte die zich opstapelt tot iets smelt. De vraag is: wie zorgt dat er nooit meer over de brug gaat dan ze kan dragen?

Een toestel kan perfect beschermd zijn tegen de vloedgolf en toch helemaal niet tegen de te zware brug. Of omgekeerd. Daarom behandelen we ze apart.

3000 A automaat: de grootste golf die kan komen

Eerst de kortsluiting. Het AREI legt voor een huishoudelijke installatie vast hoe groot de vloedgolf hoogstens mag zijn. Dat staat in Boek 1, onderafdeling 5.3.5.5, punt e: de te verwachten kortsluitstroom tussen een fase en de nul, aan de uitgang van de eerste automaten na de algemene differentieel, mag niet groter zijn dan 3000 ampère.

Dat is de afspraak waar alles op rust. De golf is nooit groter dan 3000 ampère, en alles in het verdeelbord wordt gekozen om die golf te doorstaan. Waar de kortsluitstroom vandaan komt en hoe groot ze bij een bepaalde aansluiting is, leest u in ons artikel over de kortsluitstroom aan het verdeelbord. U rekent het na met de rekentool voor de kortsluitstroom aan het verdeelbord.

Wat de automaat moet kunnen: 3000 A en klasse 3

De automaat is de sluis die dicht moet als de golf komt. Het AREI vraagt daarom twee dingen.

Een onderbrekingsvermogen van minstens 3000 ampère. Dat is het getal 3000 in een rechthoekig kadertje. De sluis moet minstens de grootste golf kunnen tegenhouden.

Let op de woorden, want hier gaat het vaak mis. De kortsluitstroom is hoogstens 3000 ampère. Het onderbrekingsvermogen van de automaat is minstens 3000 ampère. Het is hetzelfde getal, bekeken van twee kanten: de golf mag niet groter zijn, de sluis mag niet zwakker zijn.

Energiebeperkingsklasse 3. De eerste automaten na de beveiliging van de netbeheerder moeten, met uitzondering van penautomaten, ook klasse 3 hebben. Dat is een 3 in een klein vierkantje. Klasse 3 betekent dat de sluis zo snel dichtklapt dat er nauwelijks water door is gekomen. De automaat wacht de golf niet af, hij onderbreekt terwijl ze nog aan het aanzwellen is, en laat zo maar een klein deel van de energie door.

De differentieel van 40 A bij een kortsluiting

De differentieel staat vóór de automaten. Hij kijkt alleen of er stroom weglekt naar de aarde. Bij een kortsluiting tussen fase en nul lekt er niets weg: alle stroom die vertrekt, komt ook terug, alleen veel te veel. De differentieel ziet dus geen verschil en schakelt niet af.

Op dat moment is hij gewoon een stuk buis waar de golf doorraast, tot de automaat erachter dichtklapt. Die buis moet dat overleven. Daarom zegt het AREI in dezelfde onderafdeling dat een differentieel van hoogstens 40 ampère, zonder eigen beveiliging tegen overstroom, bij een kortsluitstroom van 3000 ampère bestand moet zijn tegen minstens 22,5 kA²s. Op de voorkant moet staan: 3000 A, 22,5 kA²s.

Dat tweede getal is de hoeveelheid geweld die de buis kan verdragen voor ze beschadigd raakt. Het gaat niet alleen over hoe hard de golf is, maar over hoeveel er in totaal doorgaat voor de sluis dicht is. En net daarom is klasse 3 zo belangrijk: de automaat klasse 3 laat zo weinig door dat de differentieel het zeker overleeft.

De drie regels vormen samen één systeem: de golf is nooit groter dan 3000 ampère, de automaat klasse 3 klapt snel dicht, en de differentieel is sterk genoeg voor het weinige dat er wel doorkomt. Een automaat zonder klasse 3 gaat trager dicht, laat meer door, en dan kan de differentieel het begeven, ook al heeft hij zelf niets fout gedaan.

Voorbeeld: een automaat van 10000 A met klasse 3

Staat er in het verdeelbord een automaat met 10000 in het kadertje en klasse 3? Dan is dat prima. Meer onderbrekingsvermogen mag altijd, minder nooit. Die automaat kan een golf van 3000 ampère ruim tegenhouden, en door klasse 3 klapt hij snel genoeg dicht. De differentieel van 40 ampère ervoor is daarmee goed beschermd tegen kortsluiting.

Maar let op wat dat niet zegt. Die sterke automaat zegt helemaal niets over de vraag of de differentieel beschermd is tegen overbelasting. Dat is de tweede vraag, en die moet u apart beantwoorden. Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis: men ziet mooie automaten met 10000 en klasse 3, en denkt dat alles in orde is.

Overbelasting: de differentieel heeft geen weegschaal

Nu de brug. Een differentieel van 40 ampère is gebouwd voor 40 ampère. Loopt er urenlang 50 of 63 ampère door, dan wordt hij te warm en kan hij smelten of brand veroorzaken. En hij kan zichzelf daar niet tegen beschermen: hij merkt niet dat er te veel door gaat. Hij heeft geen weegschaal.

De automaten erachter helpen daar niet vanzelf bij. Elke automaat bewaakt alleen zijn eigen kring. Staan er zes automaten van 16 ampère achter de differentieel, dan kan elke kring netjes onder 16 ampère blijven, en toch loopt er samen 96 ampère door de differentieel. Geen enkele automaat grijpt in, want geen enkele kring is overbelast. Alleen de differentieel is dat.

Iemand anders moet dus de weegschaal zijn. Het AREI vraagt dat elk toestel beschermd is tegen een stroom die groter is dan waarvoor het gebouwd is.

Drie manieren om een differentieel van 40 A tegen overbelasting te beschermen

1. De hoofdzekering van de netbeheerder is 40 ampère of minder. Bij een aansluiting van 20, 25, 32 of 40 ampère kan er nooit meer binnenkomen dan de differentieel aankan. De netbeheerder is de weegschaal, en er hoeft niets te gebeuren.

2. De automaten achter de differentieel zijn samen niet meer dan 40 ampère, per fase. Twee automaten van 20 ampère, samen 40, of een van 16 en een van 20, samen 36. Dan kunnen ze samen nooit meer vragen. In een moderne woning met tien of meer kringen lukt dat bijna nooit.

3. Er staat een automaat van hoogstens 40 ampère voor of na de differentieel. Die speelt de weegschaal en houdt de totale stroom op 40 ampère.

Heeft de woning een aansluiting van meer dan 40 ampère, bijvoorbeeld 50 of 63, en is geen van de drie voldaan, dan is de differentieel niet beschermd tegen overbelasting. In de praktijk vervangt men dan meestal de differentieel van 40 ampère door een van 63 ampère.

De fout die ik het vaakst zag

Een woning heeft jaren een aansluiting van 40 ampère, met een differentieel van 40 ampère. Alles klopt, want de netbeheerder is de weegschaal. Dan komt er een laadpaal of een warmtepomp, en de aansluiting wordt verzwaard naar 63 ampère.

Op dat moment verdwijnt de weegschaal, en niemand merkt het. De automaten hebben allemaal 3000 of 10000 en klasse 3, de differentieel heeft zijn “3000 A, 22,5 kA²s”, en alles ziet er perfect uit. Tegen kortsluiting is het ook perfect. Maar tegen overbelasting is de differentieel vanaf die dag onbeschermd. Precies het verschil tussen de vloedgolf en de brug.

Bij een verzwaring van de aansluiting moet u dus altijd opnieuw de tweede vraag stellen: wie is nu de weegschaal voor de differentieel?

Controlelijst voor het verdeelbord

Vraag 1, kortsluiting. Staat op elke automaat minstens 3000 in een kadertje, en op de eerste automaten na de netbeheerder een 3 in een vierkantje? Staat op de differentieel van 40 ampère of minder “3000 A, 22,5 kA²s”? Blijft de kortsluitstroom onder 3000 ampère? Dan is de vloedgolf opgevangen.

Vraag 2, overbelasting. Wat is de waarde van de aansluiting? Is die groter dan de nominale stroom van de differentieel, tel dan de automaten erachter op, per fase. Is ook die som groter, staat er dan een automaat als weegschaal? Is het antwoord drie keer nee, dan moet er iets veranderen.

Twee vragen, twee antwoorden. Een ja op de eerste vraag is nooit een antwoord op de tweede.

Verder is het goed om ook de rest van de kring te bekijken. Of de automaat bij een fout aan het einde van een lange kring nog afschakelt, leest u in ons artikel over de maximale lengte van een stroomkring. Of de kabel bij de automaat past, leest u in ons artikel over de belastbaarheid van kabels, en u rekent het na met de rekentool voor de kabelsectie. Welk type differentieel nodig is bij een laadpaal of zonnepanelen, leest u in ons artikel over de differentieelschakelaar type B.

Klopt een van beide vragen niet, dan is de kans groot dat de keurder het als inbreuk noteert. De volledige tekst van het AREI vindt u op de website van de FOD Economie.

Kort samengevat

Kortsluiting is een vloedgolf: duizenden ampère, voorbij in milliseconden. In een woning is die golf volgens het AREI hoogstens 3000 ampère. Daarom moet elke automaat minstens 3000 ampère kunnen onderbreken, moeten de eerste automaten klasse 3 hebben, en moet een differentieel van 40 ampère of minder “3000 A, 22,5 kA²s” dragen. Een automaat van 10000 met klasse 3 is daarvoor prima.

Overbelasting is een brug die te zwaar beladen wordt: net iets te veel, urenlang. Daar helpen die opschriften niet bij. De differentieel moet beschermd worden door de hoofdzekering, door de som van de automaten of door een extra automaat. Lukt geen van de drie, dan is een differentieel van 63 ampère meestal de oplossing.

In één zin: bescherming tegen kortsluiting is geen bescherming tegen overbelasting. Stel altijd beide vragen.

Neem contact met ons op.

Bel ons op +32 484 79 52 47 of stuur een bericht via WhatsApp.

Uw installatie echt laten nakijken?

Keurpoint is een initiatief van TR&I bv, erkend installateur in heel Vlaanderen. Zij voeren de voorinspectie uit, lossen inbreuken op en zorgen dat uw dossier op tijd in orde is.

Bekijk wat TR&I voor u kan doen

Geschreven door een industrieel ingenieur die vijftien jaar elektrische installaties keurde en zeven jaar gasinstallaties. Geen verkooppraatje, gewoon waar de man met het klembord naar kijkt.

Liever niet zelf uitzoeken?

Wij regelen uw elektrische keuring, gaskeuring, EPC en asbestattest. U zegt wat u nodig hebt en wanneer. Wij zoeken de keurder, maken de afspraak en volgen op tot het attest er is.

Bekijk wat wij voor u kunnen doen

Liever meteen iemand spreken? 0484 79 52 47

WhatsApp ons