TT net: hoe uw installatie u beschermt, en wat TN en IT anders doen

TT net: zo heet het netsysteem waarop de meeste Belgische woningen aangesloten zijn. U merkt er dagelijks niets van, tot er ergens een isolatiefout optreedt. Dan bepaalt het netsysteem welke weg de foutstroom neemt, hoe hoog de spanning op een metalen behuizing kan oplopen, en welk toestel in uw verdeelbord u moet beschermen. In dit artikel leest u hoe een TT net werkt, waarom de differentieelschakelaar en de aarding er zo belangrijk zijn, en wat de andere netsystemen, TN en IT, anders doen.

Wat een netsysteem is

Een netsysteem beschrijft twee dingen: hoe het verdeelnet van de netbeheerder met de aarde verbonden is, en hoe de metalen delen van uw installatie (de massa’s) geaard zijn. Het AREI gebruikt daarvoor twee letters (Boek 1, onderafdeling 2.2.1.2):

  • De eerste letter zegt hoe het verdeelnet geaard is. T betekent een rechtstreekse verbinding van een punt met de aarde, meestal het sterpunt van de transformator. I betekent dat geen enkel punt van het verdeelnet rechtstreeks geaard is.
  • De tweede letter zegt hoe de massa’s van uw installatie geaard zijn. T betekent een eigen aardverbinding, gescheiden van die van het verdeelnet. N betekent dat de massa’s verbonden zijn met de geaarde geleider van het verdeelnet.

Zo ontstaan de drie systemen: TT, TN en IT. Welk systeem u hebt, bepaalt welke beschermingsmaatregelen het AREI vraagt. Die maatregelen per netsysteem staan in Boek 1, onderafdeling 4.2.3.4.

TT net: hoe het werkt

In een TT net is het sterpunt van de transformator van de netbeheerder geaard, ergens in de straat of in de cabine. Uw woning heeft een eigen aarding: de aardingslus onder de funderingen of een of meer aardpennen. Die twee aardingen zijn niet met een draad verbonden. Tussen beide ligt alleen de grond.

Alle metalen delen in uw woning die bij een fout onder spanning kunnen komen, zoals de behuizing van een wasmachine, een oven of een metalen lamp, zijn via de beschermingsgeleider (de geelgroene draad) verbonden met de hoofdaardingsklem, en zo met de aardingsonderbreker en uw aardelektrode.

De weg van de foutstroom in een TT net

Stel dat in uw wasmachine een draad onder spanning de metalen behuizing raakt. De foutstroom volgt dan deze weg:

  1. van de fasegeleider naar de metalen behuizing;
  2. via de beschermingsgeleider naar de hoofdaardingsklem in het verdeelbord;
  3. via de aardingsonderbreker en de aardgeleider naar uw aardelektrode;
  4. door de grond naar de aarding van de transformator;
  5. en zo terug naar de transformator.
Schema van een TT net: de foutstroom loopt van de wasmachine via de beschermingsgeleider, de hoofdaardingsklem, de aardingsonderbreker en de aardingslus door de grond terug naar de aarding van de transformator
De weg van de foutstroom in een TT net, in vijf stappen van de wasmachine terug naar de transformator.

Het belangrijkste deel van die weg is de grond. Daardoor wordt de foutstroom vooral beperkt door de spreidingsweerstand van uw aarding en die van de transformator. Een rekenvoorbeeld bij 230 V: met een spreidingsweerstand van 30 ohm voor uw woning en ongeveer 2 ohm voor de transformator vloeit er ongeveer 230 / 32 = 7 A.

Waarom de automaat in een TT net niet volstaat

Een foutstroom van 7 A is veel te klein om een automaat van 16 A of 20 A snel te laten afschakelen. Een automaat is gemaakt om overbelasting en kortsluiting te onderbreken, niet een foutstroom van enkele ampère. Zonder bijkomende bescherming blijft de fout dus gewoon bestaan.

En dat is gevaarlijk. In het voorbeeld hierboven staat bijna de volledige spanning over uw eigen aarding: 7 A × 30 ohm = ongeveer 216 V op de behuizing van de wasmachine. Wie die aanraakt terwijl hij met de voeten op een vloer staat die met de aarde verbonden is, krijgt een schok.

Daarom draait alles in een TT net rond de differentieelschakelaar. Die meet het verschil tussen de stroom die naar de installatie vertrekt en de stroom die terugkomt. Vloeit er stroom weg via de aarde, dan is dat verschil er, en schakelt hij af binnen een fractie van een seconde. Wat het verschil is tussen de types differentieelschakelaars, leest u in ons artikel over de differentieelschakelaar type B.

TT net: de voorwaarde voor een veilige aarding

De aanraakspanning die bij een fout op een massa mag blijven staan, is de conventionele grensspanning. Het AREI legt die vast in Boek 1, afdeling 2.4.1: 50 V wisselspanning in een droge omgeving, 25 V in een vochtige omgeving zoals een badkamer. Welke regels er per zone in de badkamer gelden, leest u in ons artikel over elektriciteit in de badkamer.

In een TT net komt de voorwaarde neer op een eenvoudige vermenigvuldiging: de spreidingsweerstand van de aarding maal de aanspreekstroom van de differentieelschakelaar mag niet groter zijn dan die grensspanning. In formulevorm: RA × IΔn ≤ UL.

  • Met een differentieelschakelaar van 300 mA en 50 V mag de spreidingsweerstand theoretisch tot 50 / 0,3 = 166 ohm gaan.
  • Met een differentieelschakelaar van 30 mA wordt dat 50 / 0,03 = 1666 ohm.

Voor huishoudelijke installaties is het AREI strenger dan die formule. De spreidingsweerstand moet lager zijn dan 100 ohm (Boek 1, onderafdeling 4.2.3.2), en boven 30 ohm gelden extra eisen voor de differentieelschakelaars.

TT net in een woning: welke differentieelschakelaars het AREI vraagt

Voor huishoudelijke installaties staan de regels in Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3. In het kort:

  • Aan het begin van de installatie staat ten minste een differentieelschakelaar met een aanspreekstroom van ten hoogste 300 mA, van ten minste type A. Hoe groot die differentieelschakelaar moet zijn achter uw aansluiting, leest u in ons artikel over de 3000 A automaat en de differentieel van 40 A. De verbinding tussen de meter en die eerste differentieelschakelaar moet zo uitgevoerd zijn dat er daar geen fout naar de massa kan ontstaan, bijvoorbeeld met een kabel van klasse II.
  • Stroomafwaarts komt ten minste een differentieelschakelaar met grote of zeer grote gevoeligheid (30 mA of 10 mA) voor de contactdozen, de verlichting, de badkamer en de wasmachine, droogkast en afwasmachine. Op elke zo een differentieelschakelaar mogen ten hoogste acht eindstroombanen.
  • Ligt de spreidingsweerstand tussen 30 en 100 ohm, dan zijn er ten minste twee differentieelschakelaars van 30 mA of 10 mA nodig, met ten hoogste zestien contactdozen elk, en voor de vaste toestellen ten minste een differentieelschakelaar van ten hoogste 100 mA.

Waarom 300 mA aan het begin? Die waarde is vooral gekozen om brand te voorkomen: een lekstroom van een paar honderd milliampère in een vochtige muur of een beschadigde kabel kan al genoeg warmte geven om iets te laten ontbranden. De differentieelschakelaars van 30 mA beschermen de mens, omdat ze afschakelen voordat een stroom door het lichaam levensgevaarlijk wordt.

Let op een detail dat in de praktijk vaak verkeerd begrepen wordt. Bij een fout van 7 A zien zowel de differentieelschakelaar van 300 mA als die van 30 mA een foutstroom die vele malen groter is dan hun aanspreekstroom. Het is dus niet gegarandeerd dat alleen die van 30 mA afschakelt. Soms valt de hele woning zonder stroom. Dat is geen defect, maar een gevolg van hoe een TT net werkt.

TT net: waarom de aarding het hart van de bescherming is

In een TT net is de aarding geen bijzaak. Zonder goede aarding vindt de foutstroom geen weg, blijft de differentieelschakelaar staan, en blijft de spanning op de behuizing staan tot iemand die aanraakt. Pas dan vloeit de stroom, door het lichaam. Een differentieelschakelaar van 30 mA schakelt op dat moment wel af, maar hij beschermt dan pas als laatste redmiddel.

Daarom meet de keurder bij elke keuring de spreidingsweerstand, controleert hij de aardingsonderbreker en kijkt hij of de massa’s echt geaard zijn. Wat er misloopt in een woning waar de aarding ontbreekt, leest u in ons artikel over een stopcontact zonder aarding. Hoe zwaar een keurder zulke punten weegt, leest u in ons artikel over de inbreuken bij een elektrische keuring.

Het TN net in het kort

In een TN net zijn de massa’s van de installatie niet met een eigen aarde verbonden, maar met de geaarde geleider van het verdeelnet. Een fout naar de behuizing wordt daardoor een echte kortsluiting via metalen geleiders. De foutstroom is groot, en de automaat schakelt zelf af. Die automaat moet dan wel bestand zijn tegen de kortsluitstroom op die plaats; meer daarover leest u in ons artikel over de kortsluitstroom aan het verdeelbord. Daarom moet de impedantie van de foutstroomketen laag genoeg zijn, wat in de praktijk de maximale lengte van een stroomkring bepaalt. Hoe dat werkt, leest u in ons artikel over de maximale lengte van een stroomkring, en met de rekentool maximale lengte en foutstroomketen berekent u het meteen.

Het AREI kent drie varianten (Boek 1, onderafdeling 2.2.1.2):

  • TN-S: nulgeleider en beschermingsgeleider zijn afzonderlijke geleiders in het volledige net.
  • TN-C: een geleider, de PEN geleider, vervult in het volledige net beide functies.
  • TN-C-S: een PEN geleider in een deel van het net, daarna een splitsing in een afzonderlijke nulgeleider en beschermingsgeleider.

TN-C is niet toegelaten voor eindstroombanen, en sinds 1 april 2026 is dat verbod verder uitgebreid, onder meer naar tijdelijke en verplaatsbare installaties. TN netten vindt u in België vooral in de industrie met een eigen hoogspanningscabine. In Nederland is TN-C-S de gewone aansluiting voor woningen.

Het IT net in het kort

In een IT net is geen enkel punt van het verdeelnet rechtstreeks geaard, terwijl de massa’s van de installatie wel geaard zijn. Bij een eerste fout naar een massa vindt de stroom nauwelijks een weg terug, en is de foutstroom heel klein. Die eerste fout is dus niet gevaarlijk, maar ze moet wel opgespoord worden: als er een tweede fout bijkomt op een andere fase, ontstaat er een echte kortsluiting.

Daarom wordt een IT net in de industrie en in ziekenhuizen bewaakt door een isolatiewachter, die een alarm geeft bij de eerste fout. Sinds 1 april 2026 is een permanente isolatiebewaking verplicht waar er bij een eerste fout geen automatische onderbreking is. Het voordeel van IT: de installatie blijft werken na een eerste fout, wat belangrijk is in een operatiekwartier of een productieproces dat niet mag stilvallen.

Veel Belgische straten hebben een net van 3 × 230 V zonder nulgeleider. Ook daar heeft de woning een eigen aarding, en gelden voor huishoudelijke installaties dezelfde regels met differentieelschakelaars en spreidingsweerstand als in een TT net.

De drie netsystemen naast elkaar

NetsysteemVerdeelnetMassa’sBij een foutWat beschermt
TTGeaardEigen aardingKleine foutstroom via de grondDifferentieelschakelaar en goede aarding
TNGeaardVerbonden met de geaarde geleider van het netKortsluitstroom via metalen geleidersAutomaat of smeltzekering, lage impedantie
ITNiet rechtstreeks geaardEigen aardingHeel kleine stroom bij de eerste foutIsolatiebewaking, afschakeling bij de tweede fout

TT net: wat u zelf kunt nakijken

  1. Druk elke maand op de testknop van uw differentieelschakelaars. Schakelen ze niet af, laat ze dan vervangen. Na zo een manuele test moet u de differentieelschakelaar zelf terug inschakelen: het AREI laat niet toe dat hij zich na een test automatisch terug inschakelt (Boek 1, onderafdeling 5.3.3.5).
  2. Zoek op uw keuringsverslag de gemeten spreidingsweerstand. Hoe u dat verslag leest, staat in ons artikel over het keuringsverslag.
  3. Kijk of er een differentieelschakelaar van 300 mA aan het begin van het verdeelbord staat, en differentieelschakelaars van 30 mA voor de contactdozen, de verlichting, de badkamer en de wasmachine.
  4. Twijfelt u, laat de installatie dan nakijken door een erkend installateur of een keuring uitvoeren. Wat een keuring kost en hoe ze verloopt, leest u in ons artikel over de elektrische keuring.

Neem contact met ons op.

Bel ons op +32 484 79 52 47 of stuur een bericht via WhatsApp.

Uw installatie echt laten nakijken?

Keurpoint is een initiatief van TR&I bv, erkend installateur in heel Vlaanderen. Zij voeren de voorinspectie uit, lossen inbreuken op en zorgen dat uw dossier op tijd in orde is.

Bekijk wat TR&I voor u kan doen

Geschreven door een industrieel ingenieur die vijftien jaar elektrische installaties keurde en zeven jaar gasinstallaties. Geen verkooppraatje, gewoon waar de man met het klembord naar kijkt.

Liever niet zelf uitzoeken?

Wij regelen uw elektrische keuring, gaskeuring, EPC en asbestattest. U zegt wat u nodig hebt en wanneer. Wij zoeken de keurder, maken de afspraak en volgen op tot het attest er is.

Bekijk wat wij voor u kunnen doen

Liever meteen iemand spreken? 0484 79 52 47

WhatsApp ons